Molen: Vos Stichtingsjaar: 1627
Plaats: Krommenie Type: oliemolen
Lokatie: aan westeinde Mad, t.w. kerk tegeno ver meelmolen De Palmboom.
Omschrijving: Pieter Claasz en Cornelis Poulusz kregen op 8 december 1627 een windbrief voor een oliemolen ten westen van de kerk in Krommenie. De molen, die naar de naam De Vos zou gaan luisteren, stond aan het westeinde van het Mad tegenover meelmolen De Palmboom. Het erf was al op 17 januari 1627 door Pieter Claasz gekocht van Cniertgen Jaspers. Twee jaar later kocht Claesz op 22 juli 1/6de part van zijn compagnon Cornelis Poulusz, waarvoor hij f. 483: 6:10 betaalde. Dat was een goede prijs, want op 18 augustus 1634 kreeg hij voor 1/3de part nog maar f. 665,-. Poulusz handelde toen in opdracht van zijn zwager Jan Heyndericksz. Griet Jacobs was de koper. De totale waarde van De Vos werd toen dus op f. 1995,- gesteld. De molenparten waren toen over drie deelnemers verdeeld. Pieter Claasz, Cornelis Poulusz en Griet Jacobs, de zuster van Engel Jacobsz, die in het Noordend woonde en in 1649 de oliemolen De Groene Arend bij de Noordersluis zou stichten.. Pieter Claesz heette van zijn achternaam Timmerman en was ook betrokken bij de stichting van de oliemolen De Pellikaan, die in 1632 werd gebouwd. Poulusz zou nog tot 9 mei 1642 bij de molen betrokken blijven. Hij verkocht zijn aandeel op die datum voor f. 700,- aan Jacop Vrerijcksz De parten wisselden snel van eigenaar, want al op 22 mei 1643 kocht Allert Jansz 1/3de part van Engel Jacobsz. Engel verkocht kennelijk het molenpart van zijn zuster. In 1646 dook Pieter Dircksz op. Hij was een schoonzon van Griet Jacobs en hij maakte op 20 april een ‘ruiltje’met Jacop Vrerijcksz, waarbij Pieter 1/3de part in de oliemolen De Vos kreeg. In ruil gaf hij twee erfjes aan de Heiligeweg terug. Het molenerf van 33 roeden was toen voor 2/3de van Pieter Dricksz en voor 1/3 van Allert Jansz. Allert was getrouwd met Lobberich Pieters en toen hij eind 1648 stierf verkocht zij zijn molenpart aan Cornelis Engelsz uit Assendelft. Cornelis Engelsz bleef twaalf jaar betrokken bij de molen. Toen hij in 1661 overleed verkochten zijn erfgenamen het part voor f. 675,- aan Wouter Gavisz d;Jongh, die op zijn beurt in 1665 2/9de part voor f. 400,- overdeed aan zijn broer Willem en Hendrik Jansz Reijne. Dit tweetal had meer interesse in de molen, want op 16 maart 1668 kochten zij het derde part van Pieter Dircksz, die toen naar de achternaam Schapenmelker bleek te luisteren. In 1680 bleekde weduwe van Willem Gavisz de Jong eigenaresse van het molenerf van De Vos . Negen jaar later ontfermden Cornelis Jansz en Gaef Jansz Keeses zich over dit part. Vermoedelijk hadden zij ook al de andere parten in eigendom, want zij lieten De Vos afbreken en overplaatsen naar Wormerveer. Daar werd De Vos onder dezelfde naam op een erf aan de Noorddijk ten zuiden van de latere meelfabriek De Vlijt herbouwd . In Wormerveer zou de molen ook met een pelwerk worden uitgerust en tot 6 oktober 1771 in bedrijf blijven. Op die dag ontfermde de Rode Haan zich over De Vos met als gevolg, dat hij volledig in de as werd gelegd.